Advies Houdbaarheid Nederlandse waterveiligheidsstrategieën bij versnelde zeespiegelstijging

Recente onderzoeken tonen aan dat de zeespiegelstijging mogelijk hoger uitvalt en zich sneller voltrekt dan de scenario’s die worden gehanteerd in het Deltaprogramma. Deze versnelling van de zeespiegelstijging heeft veel effect op het watersysteem en daarmee op de inrichting van Nederland en de maatschappelijke waardes die daarmee gemoeid zijn.

Het ENW stelt dat een zeespiegelstijging van één meter technisch en financieel kan worden opgevangen door opschalen van de vigerende waterveiligheidsstrategie. Dit is ook het scenario waarmee in het huidige waterkeringsbeleid al rekening wordt gehouden bij het uitvoeren van versterkingsopgaven. Wel geldt dat ook dit scenario neveneffecten met zich meebrengt. Het beschermen van Nederland tegen één meter zeespiegelstijging zal met de huidige strategieën grote impact hebben op de ruimtelijke inpassing en de ecologische status van diverse watersystemen.
Hoewel beheersbaar, betekent dit nadrukkelijk niet dat er achterover geleund kan worden.

Voor het scenario tot twee meter zeespiegelstijging of 20 mm/jaar stijgsnelheid constateert het ENW dat het huidige waterveiligheidsbeleid technische uitdagingen kent. Concreet adviseert het ENW nadere verkenningen uit te voeren naar de implementeerbaarheid en doelmatigheid van de technische ingrepen die nodig zijn om Nederland te beschermen tegen dit scenario. Hoewel technisch en financieel waarschijnlijk haalbaar, gaan deze ingrepen gepaard met aanzienlijke ruimtelijke, ecologische en maatschappelijke effecten. Het ENW adviseert om deze effecten in kaart te brengen en op basis daarvan een serie systeemverkenningen uit te voeren naar de haalbaarheid van alternatieve strategieën, te beginnen met de gebieden waar de grenzen van het huidige beleid het eerst bereikt worden. Daarbij denkt het ENW in elk geval aan de regio Rijnmond-Drechtsteden en de Oosterschelde.

Het ENW denkt dat de huidige normen vanuit een economisch perspectief nog lange tijd houdbaar zijn, naar verwachting in elk geval tot een scenario met twee meter zeespiegelstijging. De houdbaarheid komt in het geding als de kosten van dijkverbetering veel sneller gaan stijgen dan de economische waarde in het beschermde gebied. Vanuit het perspectief van slachtofferrisico’s is er voor het beschouwde bereik van zeespiegelstijging slechts op een beperkt aantal locaties een aanpassing van de normen te verwachten.

Nederland dient in 2050 gesteld te staan voor een (versnelde) zeespiegelstijging die mogelijk in de verdere toekomst plaats zal vinden. Dat betekent dat er in 2026 – bij de herijking van het Deltaprogramma – belangrijke besluiten moeten worden genomen over de mogelijke verandering van de voorkeursstrategie, eerst voor de Rijn-Maas-monding en vervolgens de Oosterschelde.
Het ENW adviseert om hier op korte termijn mee te beginnen. Vervolgens moet, volgend op het besluit van een herijkte voorkeursstrategie, in 2026 worden begonnen met de uitwerking. Voorbereid zijn in 2050 voor de diverse scenario’s betekent dus vandaag actie.

Het ENW is, met kennisneming van de nieuwe inzichten rondom klimaatverandering en zeespiegelstijging, ervan overtuigd dat Nederland ook in de toekomst een aantrekkelijke plek blijft om te wonen en te werken, ook in de relatief lage delen. Er zijn echter in toenemende mate investeringen nodig om de hoogwaterbescherming blijvend te borgen en de effecten van versnelde zeespiegelstijging op Nederland in de toekomst te kunnen blijven mitigeren. De implementatie van adaptieve, no-regretstrategieën, zoals het huidige kustonderhoud met zandsuppleties, is een goede aanpak richting een onzekere toekomst.

Als laatste onderschrijft het ENW de ontwikkeling van maatregelen die gericht zijn op het voorkomen van zeespiegelstijging door uitstootverlaging, voorkomen is immers beter dan genezen. Ook binnen de wereld van de waterveiligheid liggen er kansen om die laatste ambitie verder vorm te geven.