Ga direct naar Tekstgedeelte
  • Kies lettergrootte van de tekst op deze pagina

Adviezen 2019

Advies Werkwijzer ontwerpen waterkerende kunstwerken

Aan Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving, 19 december 2019

Het ENW vindt de werkwijzer een mooi en goed leesbaar document. Het biedt een grote verbetering ten opzichte van de Leidraad Kunstwerken uit 2003. Alle onderdelen zijn in lijn gebracht met de overstromingskansbenadering en de afzonderlijke schematiseringshandleidingen van het Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium (WBI). De aangeboden ontwerpmethode per faalmechanisme sluit aan op de actueel beschikbare tools om de hydraulische ontwerpbelastingen mee af te leiden. Tevens is expliciet aandacht besteed aan het Bouwbesluit / de Eurocode in relatie tot de Waterwet.

Het ENW adviseert de werkwijzer te gaan gebruiken en ervaring met deze groene versie op te doen en ervaringen te verzamelen en te verwerken in een volgende versie. Verder wordt geadviseerd de Leidraad Kunstwerken te laten vervallen en de onderdelen die nog bruikbaar zijn toe te voegen aan de werkwijzer. Dit biedt duidelijkheid aan de gebruikers en vereenvoudigt het beheer van de leidraden.

Advies Publicatie Stabiliteitsverhogende langsconstructies

Aan Waterschap Rivierenland en Projectoverstijgende Verkenning Macrostabiliteit, 12 december 2019

De POV-publicatie Langconstructies beschrijft de actuele kennis over stabiliteitsverhogende langsconstructies in waterkeringen. Deze publicatie is een belangrijk document en kan in uitvoeringsprojecten bepalend zijn in de keuze voor constructieve versterkingsmogelijkheden van dijken. Daarmee zijn de resultaten van grote invloed op de bouwkosten en bouwplanning. Er is veel waardering voor het verrichte werk. Samen met de Publicatie Eindige Elementen Methode (PPE) worden dit dé documenten voor de onderbouwing voor het toepassen van langsconstructies en het ontwerp daarvan.

Voor dit type van dijkversterkende maatregelen geldt daarmee dat het toepassen van deze publicatie de voorkeur heeft boven de ‘Ontwerphandleiding stabiliteitsschermen in primaire waterkeringen’ (OSPW). Geadviseerd wordt verwijzingen naar dit document te vervangen door een verwijzing naar de publicatie Stabiliteitsverhogende langsconstructies.

Het ENW adviseert om deze nieuwe handreiking te gaan gebruiken en een evaluatie uit te voeren na minimaal drie projectervaringen. Ook wordt aanbevolen eerder uitgevoerde dijkversterkingen met een langsconstructie tijdens een hoogwatersituatie te monitoren en de resultaten van de monitoring te vergelijken met de PPL.

 

Advies Hoe omgaan met toekomstverwachtingen bij ontwerpen van waterkeringen

Aan ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, directoraat-generaal Water en Bodem, 9 december 2019

In de huidige ontwerppraktijk bij het versterken van waterkeringen wordt uitgegaan van klimaatscenario’s van het KNMI (KNMI’14, en voor rivieren KNMI’06). Bij het ontwerpen van waterkeringen wordt aanbevolen het scenario te gebruiken dat past bij een wereldwijde temperatuurstijging van ongeveer 4 graden in 2100 (aangeduid met W of W+). De ontwikkeling van het klimaat is echter onzeker en daarom ontwikkelt het KNMI ook meerdere scenario’s om deze onzekerheid te duiden.

Op grond van economische argumenten adviseert het ENW om standaard het scenario te gebruiken dat het dichtst bij het middentempo komt. Dus niet standaard uit te gaan van het hoogste van de beschikbare klimaatscenario’s. Vervolgens wordt aangeraden de klimaatonzekerheid ook in samenhang met andere onzekerheden te beschouwen en niet voor elke onzekerheid afzonderlijk een veilige of conservatieve waarde te kiezen.

Naast het ontwerpen op basis van de beschikbare scenario’s is het verstandig om alvast een doorkijk te maken naar wat de volgende versterking zou kunnen zijn. Zo kunnen aspecten als aanpasbaarheid van de kering en het reserveren van ruimte voor eventuele volgende ingrepen een plek krijgen in de afweging.

Als vroegtijdige normoverschrijding zeer ongewenst is dan wel aanpasbaarheid erg lastig is (bijvoorbeeld bij kunstwerken, zoals sluizen) is beschouwing van een ongunstig klimaatscenario altijd aan te raden om de kans klein te houden dat er vanwege een normoverschrijding/waterveiligheid een kostbare ingreep nodig is binnen de beoogde levensduur.

Advies Houdbaarheid Nederlandse waterveiligheidsstrategieën bij versnelde zeespiegelstijging

Bij dit advies hoort het Achtergrondrapport Impact zeespiegelstijging op hoogwaterveiligheid.

Aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat, 21 november 2019

Recente onderzoeken tonen aan dat de zeespiegelstijging mogelijk hoger uitvalt en zich sneller voltrekt dan de scenario’s die worden gehanteerd in het Deltaprogramma. Deze versnelling van de zeespiegelstijging heeft veel effect op het watersysteem en daarmee op de inrichting van Nederland en de maatschappelijke waardes die daarmee gemoeid zijn.

Het ENW stelt dat een zeespiegelstijging van één meter technisch en financieel kan worden opgevangen door opschalen van de vigerende waterveiligheidsstrategie. Dit is ook het scenario waarmee in het huidige waterkeringsbeleid al rekening wordt gehouden bij het uitvoeren van versterkingsopgaven. Wel geldt dat ook dit scenario neveneffecten met zich meebrengt. Het beschermen van Nederland tegen één meter zeespiegelstijging zal met de huidige strategieën grote impact hebben op de ruimtelijke inpassing en de ecologische status van diverse watersystemen.
Hoewel beheersbaar, betekent dit nadrukkelijk niet dat er achterover geleund kan worden.

Voor het scenario tot twee meter zeespiegelstijging of 20 mm/jaar stijgsnelheid constateert het ENW dat het huidige waterveiligheidsbeleid technische uitdagingen kent. Concreet adviseert het ENW nadere verkenningen uit te voeren naar de implementeerbaarheid en doelmatigheid van de technische ingrepen die nodig zijn om Nederland te beschermen tegen dit scenario. Hoewel technisch en financieel waarschijnlijk haalbaar, gaan deze ingrepen gepaard met aanzienlijke ruimtelijke, ecologische en maatschappelijke effecten. Het ENW adviseert om deze effecten in kaart te brengen en op basis daarvan een serie systeemverkenningen uit te voeren naar de haalbaarheid van alternatieve strategieën, te beginnen met de gebieden waar de grenzen van het huidige beleid het eerst bereikt worden. Daarbij denkt het ENW in elk geval aan de regio Rijnmond-Drechtsteden en de Oosterschelde.

Het ENW denkt dat de huidige normen vanuit een economisch perspectief nog lange tijd houdbaar zijn, naar verwachting in elk geval tot een scenario met twee meter zeespiegelstijging. De houdbaarheid komt in het geding als de kosten van dijkverbetering veel sneller gaan stijgen dan de economische waarde in het beschermde gebied. Vanuit het perspectief van slachtofferrisico’s is er voor het beschouwde bereik van zeespiegelstijging slechts op een beperkt aantal locaties een aanpassing van de normen te verwachten.

Nederland dient in 2050 gesteld te staan voor een (versnelde) zeespiegelstijging die mogelijk in de verdere toekomst plaats zal vinden. Dat betekent dat er in 2026 – bij de herijking van het Deltaprogramma – belangrijke besluiten moeten worden genomen over de mogelijke verandering van de voorkeursstrategie, eerst voor de Rijn-Maas-monding en vervolgens de Oosterschelde.
Het ENW adviseert om hier op korte termijn mee te beginnen. Vervolgens moet, volgend op het besluit van een herijkte voorkeursstrategie, in 2026 worden begonnen met de uitwerking. Voorbereid zijn in 2050 voor de diverse scenario’s betekent dus vandaag actie.

Het ENW is, met kennisneming van de nieuwe inzichten rondom klimaatverandering en zeespiegelstijging, ervan overtuigd dat Nederland ook in de toekomst een aantrekkelijke plek blijft om te wonen en te werken, ook in de relatief lage delen. Er zijn echter in toenemende mate investeringen nodig om de hoogwaterbescherming blijvend te borgen en de effecten van versnelde zeespiegelstijging op Nederland in de toekomst te kunnen blijven mitigeren. De implementatie van adaptieve, no-regretstrategieën, zoals het huidige kustonderhoud met zandsuppleties, is een goede aanpak richting een onzekere toekomst.

Als laatste onderschrijft het ENW de ontwikkeling van maatregelen die gericht zijn op het voorkomen van zeespiegelstijging door uitstootverlaging, voorkomen is immers beter dan genezen. Ook binnen de wereld van de waterveiligheid liggen er kansen om die laatste ambitie verder vorm te geven.

Advies Publicatie Eindige Elementen Methode

Aan Waterschap Rivierenland en Projectoverstijgende Verkenning Macrostabiliteit, 1 augustus 2019

Het ENW onderschrijft dat de Eindige Elementen Methode de voorkeursmethode is om waterkeringen met constructieve elementen door te rekenen en vindt het positief dat deze aanpak door de POV-M verder is uitgewerkt.

In het rapport is een complex systeem van schema’s en keuzes opgenomen, dat niet eenvoudig te doorgronden is. Het is daarin niet duidelijk hoe de partiële factoren worden afgeleid en toegepast. Vaak zijn pragmatische keuzes gemaakt, die niet altijd voldoende onderbouwd worden. Zo wordt de kalibratie voor het faalmechanisme stabiliteit binnentalud bij groene dijken gebruikt voor dijken met constructieve elementen, voor ankerkrachten en de schematiseringsfactor. Het is vooralsnog onduidelijk of deze kalibratierelatie representatief is.

De toepassing van de partiële factoren in hun huidige vorm op de grond/constructieparameters leidt ook tot erg lage rekenwaarden van deze parameters. De vraag is of dit optimaal en uitlegbaar is, en of dit aansluit bij de gewenste betrouwbaarheid en niet tot onbedoelde neveneffecten leidt. Het ENW adviseert om dit verder uit te werken en inzichtelijk te maken. Een probabilistische onderbouwing kan aantonen wat de verkregen betrouwbaarheid van het geheel van keuzes en partiële factoren is.

Het ENW vindt de huidige (groene) versie van de publicatie een grote stap in de juiste richting en beveelt aan om ermee aan de slag te gaan, ervaring op te doen èn om de in het advies genoemde aandachtspunten te gaan verwerken. Ervaringen en aandachtspunten kunnen een plaats krijgen in een volgende, verbeterde en uitgebreide versie van het rapport.

 

Advies Publicatie Vernagelingstechnieken in waterkeringen

Aan Waterschap Rivierenland en Projectoverstijgende Verkenning Macrostabiliteit, 26 juli 2019

Het ENW is van mening dat de publicatie Vernagelingstechieken een goed rapport is qua inhoud en uitvoering. De genoemde vernagelingstechnieken worden grondig behandeld wat betreft ontwerpen, uitvoeren, beoordelen en beheren. Het is goed ingebed in de algemene veiligheidsbenadering met concrete adviezen over de te gebruiken gereedschappen, de uitkomsten van meerdere pilots en proeven zijn meegenomen, er is een uitgebreid expertteam geraadpleegd en de overgebleven vragen worden in de bijlagen duidelijk nog benoemd. Wel ziet het ENW nog enkele punten die onvoldoende zijn uitgewerkt.

Er is vanuit het ENW voldoende vertrouwen in deze technieken voor een veilige, kleinschalige, toepassing in de praktijk. Het ENW vindt het belangrijk dat deze innovatieve technieken in de praktijk toegepast gaan worden, zodat er ervaring mee wordt opgedaan en kennis wordt aangescherpt. De technieken kunnen daarmee als een geaccepteerde, maar nog niet als ‘bewezen techniek’ bestempeld worden. Dit vanwege de beperkte ervaring ermee en de technische kanttekeningen die er nog zijn.

Toelichting op de in het advies gebruikte term ‘kleinschalig’:
Een versterkingsmaatregel uitgevoerd in grond heeft in de meeste gevallen de voorkeur van de beheerder. Als dit vanwege de lokale situatie niet mogelijk is, worden alternatieve oplossingen onderzocht, zoals bijvoorbeeld vernagelingstechnieken. De in het advies gebruikte term ‘kleinschalig’ heeft dan ook betrekking op de aard van de techniek en niet zo zeer op voorzichtigheid ten aanzien van de techniek zelf.

 

Advies Windpark Oostpolderdijk

Aan Waterschap Noorderzijlvest, 12 juli 2019

Waterschap Noorderzijlvest heeft na de eerste consultatie van het ENW in 2014 veel nader onderzoek uitgevoerd naar onder andere het omgaan met een fundatie op staal in plaats van op palen. Er zijn goede stappen gezet in het verder brengen van het gehele ontwerp.

Ten aanzien van de veiligheidsanalyse zijn er op aanwijzen van het ENW nog een aantal aanpassingen gedaan. Daarmee zijn de bezwaren van het ENW in de rapportages in voldoende mate weggenomen, wel heeft het ENW nog enkele aanbevelingen.

Het ENW is van mening dat er nog voldoende conservatieve uitgangspunten in de gekozen aanpak zitten om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Gaandeweg moet de gekozen aanpak samen met de monitoring leiden tot een gedetailleerdere benadering van de kans op falen van de waterkering, gegeven de aanwezigheid van de windturbines.

 

Advies Handreiking Grondonderzoek voor Piping

Aan Waterschap Rivierenland en Projectoverstijgende Verkenning Piping, 24 juni 2019

De ‘Handreiking Grondonderzoek voor Piping’ geeft een overzicht van grondonderzoekstechnieken die geschikt zijn voor pipinganalyses bij Nederlandse waterkeringen. Het ENW vindt de ‘Handreiking Grondonderzoek voor Piping’ een mooi, kort en bondig opgezet rapport, voorzien van factsheets met ter zake doende parameters. De standaard factsheet is een goed uitgevoerd initiatief dat navolging verdient.

Voor de definitieve uitwerking van het document heeft het ENW enkele aanbevelingen ten aanzien van de inhoud en de structuur. Geadviseerd wordt om de handreiking samen te voegen met het nog op te stellen document ten behoeve van het waterspanningsbeeld. Om het rapport van grotere toegevoegde waarde te laten zijn, beveelt het ENW verder aan meer structuur aan te brengen door bijvoorbeeld een overzicht toe te voegen waarin onderscheid wordt gemaakt op een aantal eigenschappen van de genoemde technieken. Ook zou het mooi zijn wanneer uiteindelijk een paar voorbeelden worden uitgewerkt waarbij alle stappen vanaf het begin (grondonderzoek) tot het einde (monitoring) worden beschreven.

De aanbevolen werkwijze van grof naar fijn is volgens het ENW niet altijd de beste. In sommige gevallen is (relatief) veel onderzoek in de beginfase beter. Feitelijk moet steeds een afweging gemaakt worden over de hoeveelheid en soort onderzoek passend bij het doel en de fase van het project. Dit kan ook buiten de beheerzone zijn. Grondonderzoek wordt idealiter voor een langere periode uitgevoerd en niet alleen voor een beoordeling. Dit geldt ook voor de uit te vragen kenmerken van de ondergrond. Het in 2017 door het ENW uitgebrachte advies over Veldmetingen en Monitoren biedt hiervoor de nodige aanknopingspunten.

 

Advies Handreiking Life Cycle Monitoring

Aan Waterschap Rivierenland en Projectoverstijgende Verkenning Macrostabiliteit, 4 januari 2019

De Projectoverstijgende Verkenning (POV) Macrostabiliteit heeft advies gevraagd over de concept Handreiking Life Cycle Monitoring en het bijbehorende achtergronddocument. In de handreiking wordt het belang van tijdige monitoring en de bewustwording van faseovergangen (van beheer en beoordeling, via ontwerp en uitvoering weer naar beheer) aangekaart. De focus ligt op de kwaliteit van monitoringsgegevens, die bestaat uit gebruikswaarde en betrouwbaarheid.

Het ENW vindt de handreiking een nuttige aanvulling op bestaande handreikingen en methodieken en ook praktisch toepasbaar gemaakt door de bijbehorende Excelwerkmap. Het wordt gewaardeerd dat er bij het opstellen van de handreiking meerdere partijen betrokken zijn geweest en dat het concept getoetst en verbeterd is aan de hand van vier projectcases.

Het bereik van de handreiking is op dit moment echter nog te beperkt, zowel in geotechnisch als geografisch opzicht, en de handreiking biedt nog niet alle handvatten die de beheerder nodig heeft om onderbouwde keuzes voor (lifecycle) monitoringssystemen te maken. Ook vindt het ENW dat de handreiking meer zou moeten aansluiten bij alle beheertaken van de waterkeringbeheerder (beheer en onderhoud, beoordelen, aanleg en versterken) en de gehele levenscyclus van de kering. Daar is ook vanuit de praktijk van de beheerder behoefte aan en maakt dat de belangrijke mogelijkheden van monitoring kunnen worden benut om continu aan te tonen dat de dijk voldoet aan bepaalde faalkanseisen. Dit kan kortcyclische versterkingen ondersteunen en daarmee aanzienlijke maatschappelijke en financiële winst opleveren.

Het ENW adviseert om de handreiking Life Cycling Monitoring door te ontwikkelen tot een complete handreiking. De huidige versie is daarvoor een prima basis.