Ga direct naar Tekstgedeelte

AAA

Adviezen 2018

Advies Handreiking Voorland
Aan Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en Projectoverstijgende Verkenning Voorlanden, 3 december 2018

De Projectoverstijgende Verkenning (POV) Voorlanden heeft advies gevraagd over de concept Handreiking Voorland en de bijbehorende Quickscan Veiligheidsanalyse Voorlanden Hollandsche IJssel.

In de handreiking wordt beheerders voldoende houvast geboden om de ‘koudwatervrees’ ten aanzien van dit onderwerp weg te nemen en vormt zo een goede basis voor nadere verkenning en technische uitwerking van voorlanden bij alle werkprocessen van de waterkeringbeheerder.

De invloed van voorlanden op de veiligheid van de kering worden vaak niet of slechts deels meegewogen. Oorzaak is dat beheerders vaak veel belemmeringen zien, waarvan de meeste van niet-technische aard zijn. Het ENW onderkent het belang om het veiligheidseffect van voorlanden optimaal en transparant mee te wegen bij het ontwerp, de beoordeling en het beheer van primaire waterkeringen en onderschrijft de in de handleiding gevolgde aanpak om de belemmeringen weg te nemen.

De Handreiking Voorland heeft dan ook niet het karakter van een technische richtlijn, maar van een document dat mogelijkheden aanreikt om voorlanden te betrekken bij de beoordeling, het ontwerp en het beheer van de waterkering. Omdat ‘techniek’ slechts een onderdeel vormt van de totale belemmering, vindt het ENW dit een verstandige keuze. Wel vraagt het ENW om de gehanteerde technische uitgangspunten (bijvoorbeeld ten aanzien van vegetatie op voorlanden) van meer duiding te voorzien, omdat de praktijk ingewikkelder is dan nu wordt voorgesteld.

Het ENW heeft grote waardering voor de gepresenteerde analyse van de problematiek rondom voorlanden en ziet graag dat de Life Cycle Costing-analyse (LCC) om tot een doelmatig ontwerp voor een versterking te komen bredere toepassing krijgt. De Handreiking Voorland is compleet en sluit aan bij de veiligheidsfilosofie, nieuwe normering en de Grondslagen voor Hoogwaterbescherming.

Advies Technische richtlijn Grondverbeteringstechnieken
Aan Waterschap Rivierenland en Projectoverstijgende Verkenning Macrostabiliteit, 28 augustus 2018

Waterschap Rivierenland heeft namens de Projectoverstijgende Verkenning Macrostabiliteit (POV-M) advies gevraagd over de Technische Richtlijn voor het beoordelen, ontwerpen, aanleggen, beheren en onderhouden van grondverbeteringstechnieken in en nabij waterkeringen.
Het ENW vindt het een goede zaak dat er een document is opgesteld waarin de technieken die een grondverbetering bewerkstelligen, zijn samengevat en nader zijn geduid. Het rapport biedt een mooi overzicht van de beschikbare technieken en hun potentie. Het ENW gaat er vanuit dat dit document de afweging om deze technieken wel of niet toe te passen in specifieke omstandigheden, faciliteert en vergemakkelijkt.
De status, het eigenaarschap en beheer liggen nog open. Voor het compleet en bruikbaar maken van het rapport heeft het ENW een aantal suggesties gedaan. Daarnaast wordt geadviseerd om de ‘Technology Readiness Levels’ van de verschillende technieken te duiden, omdat de niveaus daarvan uiteenlopen. Verder vraagt de aansluiting op het WBI en OI nog aandacht en pleit het ENW voor het toevoegen van meer voorbeelden voor alle technieken. De gegeven
voorbeelden zijn namelijk heel instructief.

Advies Technische richtlijn Drainagetechnieken
Aan Waterschap Rivierenland en Projectoverstijgende Verkenningen Piping en Macrostabiliteit, 7 mei 2018

Waterschap Rivierenland heeft namens de Projectoverstijgende Verkenning Piping (PoV-P) en de Projectoverstijgende Verkenning Macrostabiliteit (PoV-M) van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) advies gevraagd aan het ENW over de Technische Richtlijn Drainagetechnieken.
Het ENW vindt het een goede zaak dat de Technische Richtlijn Drainagetechnieken is opgesteld. De richtlijn bevat veel informatie en geeft een state-of-the-art overzicht van beschikbare kennis en technieken. De effecten van drainagetechnieken worden duidelijk geschetst en er wordt helder aangegeven waar winst te behalen valt met het verlagen van de stijghoogte in het watervoerend pakket. Dit sluit aan op de beoordelings- en ontwerpsystematieken die momenteel gehanteerd worden. Ook geeft het document door middel van foutenbomen duidelijk weer waar de zwakke plekken van de systemen zitten. Een dergelijk overzicht kan helpen bij de afweging om een drainagetechniek toe te passen in het ontwerp dan wel er rekening mee te houden bij de beoordeling. Het ENW constateert dat uitgewerkte praktische toepassingsmogelijkheden en praktijkvoorbeelden in het document nog ontbreken. Het ENW is dan ook van mening dat het voorliggende document nog geen (afgeronde) Technische Richtlijn is, maar wel uitermate waardevol is voor iedereen die te maken heeft met drainagetechnieken.
Het ENW geeft in overweging om de naam ‘Technische Richtlijn’ te veranderen. Naast de mogelijke verwarring met de benaming ‘Technisch Rapport’ roepen beide begrippen associaties op die inhoudelijk verder gaan dan de inhoud van het aangeleverde rapport.
Verder meent het ENW dat er meer aandacht zou moeten zijn voor de levenscyclus van de drainagesystemen ten opzichte van de ontwerplevensduur van een dijk(verbetering). Ook hiervoor zijn contouren aangegeven, maar wordt (nog) geen volledige praktische uitwerking geboden.


Advies Beslisboom Piping

Aan Waterschap Rivierenland en Projectoverstijgende Verkenning Piping, 30 april 2018

Waterschap Rivierenland heeft advies gevraagd over de zogenaamde Beslisboom ‘Hoe om te gaan met piping’. Doel van de Beslisboom is het aanbrengen van een prioritering in de pipingopgave. In het ontwikkelde beslismodel voor piping worden aan het rekenkundige oordeel ervaringen, waarnemingen en een doorkijk naar de toekomst toegevoegd.
Resultaat kan zijn het uitstellen van een versterkingsmaatregel, in de verwachting dat de piping-opgave (binnen afzienbare termijn) vermindert door nieuwe inzichten. Het veiligheidstekort in de tussenliggende periode wordt in dat geval acceptabel geacht.
Het ENW is groot voorstander van het mobiliseren van kennis en ervaring bij het beoordelen en ontwerpen van waterkeringen. Het sec invullen van rekenregels, zonder stil te staan bij de dijk en zijn omgeving, is onverstandig. Dit betekent dat de delen van de Beslisboom die betrekking hebben op het benutten van beheerderservaring, onderdeel zouden moeten zijn van de beoordeling en niet achteraf toegevoegd moeten worden.
In de Beslisboom wordt in de periode van uitgestelde versterking teruggegrepen op beheer- en beheersmaatregelen ten tijde van hoogwater.
Het ENW is van mening dat dit type beheer moet gelden voor alle afgekeurde waterkeringen, dus niet alleen voor de uitgestelde. Daarnaast geldt dat de beheermaatregelen ook goed uitvoerbaar moeten zijn onder extreme omstandigheden. Het ENW adviseert de gebruiker dan ook zeer bewust om te gaan met het risico dat wordt genomen.
De conclusie van het ENW over de Beslisboom is dat nog niet alle aspecten voldoende zijn uitgewerkt en dat het model beter moet worden verankerd in het stelsel van (scherp) beoordelen en (robuust) versterken.

Advies Faalkansanalyse demontabele keringen
Aan Waterschap Limburg, 30 april 2018

Waterschap Limburg heeft het ENW advies gevraagd over de faalkansanalyse van de betrouwbaarheid van de sluiting van tijdelijke waterkeringen. Het ENW is van mening dat er een gedegen foutenboomanalyse is uitgevoerd voor het bepalen van de kans op niet-sluiten per vraag.
Een foutenboomanalyse is een zeer geschikt middel om een faalkansanalyse helder te structureren en is een standaardmethode die past bij de Toets op Maat voor demontabele keringen. Het is een goede zaak dat deze analyse extern is gereviewd. De rapportages waarin de analyses worden beschreven, zijn echter lastig te volgen en het is voor het ENW niet geheel duidelijk wat het precieze doel van de analyses is. Terwijl dit wel van belang is voor de benodigde
diepgang van de analyses en de vraag of een bepaalde mate van conservatisme bezwaarlijk is.
Geconcludeerd wordt dat de foutenboomanalyses juist zijn uitgevoerd, mits de betrokkenen bij het sluitproces voldoende zijn betrokken bij het opstellen van de foutenbomen en het identificeren van mogelijke problemen in het sluitproces. De kwantificering is in elk geval bruikbaar voor het identificeren van verbetermaatregelen. Als de uitkomsten van de analyse leiden tot het treffen van maatregelen, wordt aanbevolen om te bezien wat het effect is van het vermijden van conservatismen in de kwantificering.
De wijze van combineren van de kans op niet-sluiten per sluitvraag met de waterstandstatistiek om te komen tot een overstromingskans, is onjuist en verdient bijstelling.