Ga direct naar Tekstgedeelte

AAA

Adviezen 2017

Advies over afweging rivierverruiming en dijkversterking in het rivierengebied
Gezamenlijk advies van de Adviescommissie Water en het ENW aan Directoraat-Generaal Ruimte en Water, 12 december 2017

DGWB heeft aan het ENW gevraagd advies uit te brengen over de zogenaamde langetermijnambitie voor het rivierengebied (LTAR). Het ENW heeft dit advies opgesteld samen met de Adviescommissie Water (AcW).

Dit advies heeft betrekking op het rivierengebied, meer specifiek de Rijntakken en de Bedijkte Maas en het daaraan grenzende overstroombare gebied dat beschermd wordt door waterkeringen. De problematiek in de Maasvallei is afwijkend en maakt geen onderdeel uit van dit advies.

Het rivierengebied heeft vele functies en daarbij horende doelen en opgaven. Tot 2050 ligt er een grote opgave om de waterkeringen in het rivierengebied tijdig aan waterveiligheidsnormen te laten voldoen. Voor de lange termijn is de opgave de waterveiligheid in het rivierengebied op orde te houden.

Voor het ENW en de AcW staat het tijdig halen van de wettelijke waterveiligheidsnorm, met welk pakket aan maatregelen dan ook, centraal. In het rivierengebied kunnen daarvoor verschillende typen maatregelen worden ingezet. Dit advies richt zich op preventieve maatregelen:dijkversterking en rivierverruiming.

Het ENW en de AcW adviseren bij het zoeken van een balans tussen rivierverruimende en dijkversterkende maatregelen drie factoren te betrekken:

  • Doelmatigheid en kosteneffectiviteit van de bijdrage aan het verlagen van de overstromingskans van de waterkeringen.
  • De mate waarin tevens een bijdrage kan worden geleverd aan het behalen van overige vastgelegde doelen in het gebied.
  • Behoud van veerkracht en flexibiliteit in het riviersysteem.

De integrale afweging dient gebiedsgericht, met alle betrokken partijen (overheden, marktpartijen, terreinbeherende organisaties et cetera) plaats te vinden. Het schaalniveau voor deze afweging is niet per dijkvak, maar minimaal op dat van een riviertak. Dit dient ook toekomstgericht te gebeuren, bijvoorbeeld door gebruik te maken van verschillende (bestaande) toekomstscenario’s.

Geconcludeerd wordt dat voor de korte termijn vanuit doelmatigheid en kosteneffectiviteit dijkversterking de voornaamste maatregel is, in sommige delen van het rivierengebied eventueel aangevuld met rivierverruiming. Mogelijk dat op de lange termijn, als het belang van behoud en vergroting van de veerkracht in riviersysteem belangrijker wordt en wanneer het tekort aan sterkte van de waterkeringen is opgelost, rivierverruimende maatregelen weer aantrekkelijker worden.

 

Systeemwerking met implicaties voor waterveiligheid (strategisch-thematisch advies)
Aan Directoraat-Generaal Ruimte en Water, 22 december 2017

Tot voor kort ging de aandacht in het waterveiligheidsbeleid vooral uit naar het beheersen van hoogwaterstanden, bijvoorbeeld via retentie, rivierverruiming of noodoverloop. Met de invoering van de risicobenadering is er meer aandacht gekomen voor de (sterkte van de) waterkeringen, ook omdat daar de grootste kennisleemten en onzekerheden liggen.
Een neveneffect is echter dat de aandacht voor de werking van het watersysteem op grotere schaal lijkt af te nemen, terwijl verstromingsrisico’s toch alles te maken hebben met hoogwaterstanden, en die weer met interacties en systeemwerking op grote schaal.

Rivieren zijn dynamische systemen met in ruimte en tijd op verschillende schalen samenhangend gedrag. Dit betekent dat wanneer ergens langs de rivier iets verandert, dit elders langs de rivier en/of op een ander tijdstip gevolgen kan hebben. Dit geldt ook voor hoogwaters. Wanneer ergens een overstroming plaatsvindt, zullen de waterstanden - vooral ter plaatse en stroomafwaarts - lager worden. Dit wordt positieve (hydrodynamische) systeemwerking genoemd.

Omdat de overheid, met name Rijkswaterstaat en de waterschappen, de verantwoordelijkheid draagt voor de werking van het hele hoogwaterbeschermingssysteem,inclusief de interacties in het riviersysteem, adviseert het ENW om de aandacht voor de interacties op systeemniveau te
intensiveren. Het ENW adviseert de effecten van positieve systeemwerking langs de Maas, Overijsselse Vecht en IJssel te onderzoeken ten behoeve van de mogelijke consequenties voor dijkontwerpen, ontwerpen van rivierverruimingsmaatregelen en de volgorde van uitvoering van deze maatregelen in het licht van de nieuwe normering. Hoe sneller er betrouwbare resultaten beschikbaar zijn, hoe beter hiermee kan worden omgegaan bij de bepaling van noodzakelijke
hoogwaterbeschermingsmaatregelen en de kosten daarvan.

Aanbiedingsbrief behorend bij Systeemwerking

 

Hoe meer te halen uit de halen uit beoordelingen op maat? (strategisch-thematisch advies)
Aan Unie van Waterschappen, Rijkswaterstaat en de afzonderlijke waterschappen, 4 december 2017

Het ENW stelt dat beoordelingen op maat een belangrijkere rol kunnen spelen bij het efficiënt oplossen van de versterkingsopgave dan in de afgelopen toetsrondes het geval is geweest. Niet-noodzakelijke dijkversterkingen kunnen mogelijk worden voorkomen en/of de scope van dijkversterkingen kan worden aangescherpt. Ondanks de reeds beschikbare technische mogelijkheden en de vanuit de zorgplicht gestelde eis een scherper beeld te hebben van de veiligheid (‘beter inzicht in eigen dijk’), is er een aantal belemmeringen waardoor de potentie onderbenut blijft. Dit advies gaat dan ook over de potentie van beoordelingen op maat en over mogelijkheden om beheerders in de toepassing hiervan te ondersteunen. Het is immers uiteindelijk aan de beheerder om te borgen dat waterkeringen aan de normen voldoen.
De kern voor het bevorderen van beoordelingen op maat lijkt te liggen in een andere houding waarbij het niet meer aanvaardbaar wordt gevonden dat een beheerder na een gedetailleerde toets stopt, terwijl er redelijkerwijs had kunnen worden verwacht dat met aanvullend onderzoek een ander (positief) oordeel mogelijk was geweest. Daarnaast is het nodig meer helderheid te verschaffen over waar de beoordeling op maat aan moet voldoen.
Ten behoeve van een stabiel HWBP lijkt het meest kansrijk om een voldoende scherpe toetsing uit te voeren voordat een kering wordt aangemeld bij het HWBP. Er is dan geen twijfel mogelijk of de kering inderdaad moet worden versterkt. In die fase spelen er immers nog minder omgevingsbelangen dan op het moment dat een versterkingsproject met (voorlopige) scope al gedefinieerd is en het vanwege de lokale deelbelangen lastig is om de scope te verminderen.

Aanbiedingsbrief behorend bij Beoordelingen op maat

 

Beter leren keren door veldmetingen en monitoring (strategisch-thematisch advies)
Aan Directoraat-generaal Ruimte en Water, Rijkswaterstaat, Deltacommissaris, Unie van Waterschappen, Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer,
Hoogwaterbeschermingsprogramma, 24 november 2017

Het advies Beter Leren Keren geeft een strategische richting aan om te komen tot kennisontwikkeling (en kostenbesparingen) op het terrein van waterveiligheid door slimme inzet van veldmetingen en integrale monitoring. Het is tot stand gekomen door bijdragen van vele professionals die gaandeweg het proces een groot aantal kansrijke cases hebben ingebracht.

Gezamenlijke uitvoering van meet- en monitoringprogramma’s door betrokken partijen op het gebied van waterveiligheid zal leiden tot draagvlak en breed gebruik van de uitkomsten. Voorwaarde voor succes is een eenvoudige en snelle ontsluiting van de monitoringgegevens. Om dit te bereiken zijn investeringen nodig in meet- en monitoringpijlers, in de aansturing van monitoringprogramma’s vanuit een projectoverstijgend perspectief en in een laagdrempelige ontsluiting van de monitoringdata.

  • Langlopende (integrale) meetsites
    Het ENW pleit voor het opzetten van een beperkt aantal langlopende integrale meetsites (minimaal gedurende 20 tot 30 jaar meten) met aandacht voor hydraulische, morfologische,geotechnische en ecologische aspecten voor en op de kering.
  • Grootschalige pilots en veldproeven
    Aangezien natuurlijke extreme belastingen lang op zich kunnen laten wachten en ook bijvoorbeeld morfologische processen een lange tijdschaal kennen, pleit het ENW ervoor om door middel van pilots en veldproeven de juiste omstandigheden te creëren.
  • Projectoverstijgend meten en monitoren
    Het ENW adviseert om langdurige monitoring een verplicht onderdeel te maken van aanlegprojecten.
  • Extreme gebeurtenissen
    Het ENW pleit voor het opstellen van meetplannen voor het inwinnen van gegevens rondom extreme gebeurtenissen. Bij hoogwaters op de rivieren treedt een hoogwaterdraaiboek in werking. Het ENW adviseert om te onderzoeken of er aanvullingen op het hoogwaterdraaiboek (op het gebied van meten en monitoren) gedaan kunnen worden.
  • Organisatie, financiering en ontsluiting van monitoringgegevens
    Het ENW pleit ervoor dat elke organisatie met verantwoordelijkheid rond waterveiligheid in haar kennisagenda aandacht schenkt aan meten en monitoren. Voor het beter organiseren van veldmetingen en monitoring denkt het ENW aan het opstellen van een alliantie (een Bureau Monitoring) die overzicht houdt en zorgt voor verbinding tussen projecten, tussen fases van projecten, en helpt met adviezen over meetplannen/technieken en met het zoeken naar financiering.
    Het ENW pleit voor een betere en snellere ontsluiting van monitoringsgegevens door middel van een platform. Het is ook zaak om heldere afspraken te maken over het beschikbaar stellen en delen van gemeten data en de met deze data uitgevoerde analyses.

Aanbiedingsbrief behorend bij Beter leren keren

 

Reflectie op de Kennisagenda waterveiligheid van DGRW
Aan Directoraat-Generaal Ruimte en Water, 25 juli 2017

Het ENW is verheugd dat er met deze kennisagenda stappen worden gezet naar het in samenhang programmeren en uitvoeren van onderzoek en dat hier de komende jaren financiële middelen voor worden vrijgemaakt. De kennisagenda heeft een duidelijke opbouw langs de drie thema’s techniek, systeem en leefomgeving. Door de kennisagenda’s van DGRW en andere partijen in relatie tot elkaar op te stellen en uiteindelijk samen te brengen in een nationale kennisagenda waterveiligheid, ontstaat er structuur en daardoor een betere focus. Dubbelingen in onderzoek of tegenstrijdige uitkomsten worden vermeden.

Het ENW onderschrijft dat voor prioritering van onderzoek een goede verhouding tussen (verwachte) onderzoeksresultaten en baten voor het waterveiligheidsdomein bepalend is. Het ENW adviseert om de prioritering zo transparant mogelijk te maken en schrijvers van onderzoeksvoorstellen mee te geven tot op welk niveau zij zowel kosten als baten van onderzoek dienen uit te werken. Dat laat onverlet dat altijd kennisontwikkeling nodig zal zijn die niet direct effect sorteert.

Advies Beton gepenetreerde breuksteen
Aan Waterschap Noorderzijlvest, 4 juli 2017
Waterschap Noorderzijlvest vroeg het ENW te adviseren over het ontwerp van een breuksteen bekleding, vol en zat gepenetreerd met beton, bedoeld voor de dijk Eemshaven-Delfzijl. Het ENW acht het ontwerp helaas nog onvoldoende uitgewerkt om als maatregel voor de waterveiligheidsopgave te kunnen worden ingezet. Het belangrijkste bezwaar is de onzekerheid over de plaatwerking van het ongewapende beton. Door de niet-aangetoonde sterkte van het materiaal gedurende de levensduur van de constructie (ongecontroleerde scheurvorming, impact holle ruimtes, ongelijke zettingen) is de plaatwerking niet gegarandeerd en kunnen er andere faalmechanismen optreden.

Advies Rekenregel suppletievolume
Aan Directoraat-Generaal Ruimte en Water, 1 juni 2017
Het ENW adviseerde positief aan DGRW over het conceptuele model van een nieuwe Rekenregel suppletievolume en het gebruik van de rekenregel als basis voor het onderzoeksprogramma Kustgenese 2.0. Drie aandachtspunten geeft het ENW mee. Ten eerste het advies om het hoogdynamische deel - dat deel van het kustfundament dat meegroeit met de zeespiegelstijging - scherper te definiëren. Ten tweede om aan de rapportages toe te voegen hoe de suppletievolumes zouden toenemen als de zeespiegel harder stijgt (scenario’s) en of dit tot praktische problemen leidt. Het derde punt betreft aandacht voor de vraag of het zand dat niet uniform wordt gesuppleerd zich toch voldoende gaat verdelen, zodat het kustfundament ook daadwerkelijk over de volle omvang meegroeit.

Advies Verticaal Zanddicht Geotextiel
Aan Projectoverstijgende Verkenning Piping, 18 mei 2017
Waterschap Rivierenland heeft in het kader van de PoV Piping het ENW om advies gevraagd over de groene versie van de Ontwerp- en beoordelingsrichtlijn voor Verticaal Zanddicht Geotextiel. Het ENW vindt het een prima handreiking om de maatregel in de praktijk uit te gaan voeren. Het advies is om de maatregel toe te passen op een goed beheerbare locatie en door meten en monitoren over een langere periode de werking daadwerkelijk aan te tonen. Het is daarnaast verstandig de beheerorganisatie van begin af aan te betrekken. Later, wanneer de nodige praktijkervaring is opgedaan, kan een adequate beoordelingsmethode worden opgesteld.

Advies Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium 2017 en Ontwerpinstrumentarium 2014 versie 4
Aan Directoraat-Generaal Ruimte en Water, 2 mei 2017

De afgelopen jaren hebben Rijkswaterstaat, Deltares en andere partijen gewerkt aan het Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium (WBI2017) en het Ontwerpinstrumentarium (OI2014). Het ENW heeft de ontwikkeling van beide instrumentaria van nabij gevolgd en het project WBI2017 zelfs van direct advies voorzien via de ENW Voorbereidingsgroep WBI2017. Inmiddels is het WBI beschikbaar en is deze groep ontbonden.

Het ENW constateert dat er (mei 2017) nog maar beperkt is beoordeeld met het nieuwe instrumentarium en dat de Generale Repetitie van eind 2016 ook geen volledig beeld heeft laten zien van de werking. Het ENW pleit daarom voor een intensieve samenwerking tussen beheerders, hun adviseurs en de (door)ontwikkelaars van het WBI in de komende tijd.

Het ENW pleit voor modulaire opgebouwde, ‘dienende’ software, die de tussenstappen inzichtelijk maakt en gevoeligheidsanalyses ondersteunt. Daarnaast zijn goede samenwerking en ondersteuning van groot belang om beoordelen en ontwerpen met de overstromingskans succesvol te laten verlopen. Initiatieven als ontwerpateliers en collegiale reviews zijn hier goede voorbeelden van.

Het ENW constateert dat beide instrumentaria gedeeltelijk nog op de overschrijdingskans zijn gebaseerd. De komende jaren moet dat volledig de overstromingskans worden. Geadviseerd wordt om het WBI en OI meer in samenhang te ontwikkelen en bij de kennisontwikkeling te focussen op het verkleinen van onzekerheden in sterkte en belasting en faalmechanismen meer in samenhang te beschouwen.

Advies Ontwerp getrapte bekleding Havendijk Den Oever
Aan Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, 1 mei 2017
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier vroeg het ENW te adviseren over de ontwerp- en beoordelingsmethodiek van een getrapte bekleding voor de Havendijk in Den Oever. Het ENW kan zich grotendeels vinden in de ontwerpmethode, maar wijst op een nog ontbrekend mechanisme, namelijk de horizontale verplaatsing van elementen als gevolg van golfklap. Er wordt aanbevolen de stabiliteit van de toplaag en de wrijving met de onderliggende granulaire laag nader te beschouwen. Het ENW raadt aan de beoordelingsmethode in lijn te brengen met het WBI2017 dat sinds 1 januari 2017 beschikbaar. Nu ontbreekt nog een passende veiligheidsfilosofie en wordt de faalkansruimte niet verdeeld.

Advies Bewezen Sterkte
Aan Directoraat-Generaal Ruimte en Water, 10 maart 2017
Het onderwerp Bewezen Sterkte staat al langer op de agenda van het ENW. Door DGRW en Rijkswaterstaat wordt in nauwe samenwerking met Deltares en enkele beheerders gewerkt aan het ontwikkelen van een praktisch toepasbare methode, in eerste instantie gericht op het meenemen overleefde belastingen bij macrostabiliteitsanalyses. Het ENW herhaalt haar eerdere advies aan DGRW over de juistheid van de methode, die generiek toepasbaar is, maar wel altijd maatwerk vergt bij toepassing in een project. De methode is nu dermate ver uitgewerkt, dat geadviseerd wordt het concept op meerdere plekken te gaan toepassen. Ook voor de Markermeerdijken ziet het ENW kansen, zeker als een werkwijze wordt gevolgd zoals bij project KIJK van HHSK.

Advies Beter benutten actuele sterkte (KIJK)
Aan Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, 10 maart 2017
Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard heeft het ENW om advies gevraagd over het beter benutten van actuele sterkte van de dijken gelegen langs de Hollandse IJssel aan de Krimpenerwaardzijde tussen Gouda en Krimpen aan den IJssel. Onder actuele sterkte wordt verstaan de combinatie van gedegen schematiseren, probabilistisch rekenen en het in rekening brengen van overleefde belastingen. Het ENW acht de aanpak zorgvuldig en juist en juicht de gekozen werkwijze, met meerdere teams die elkaars werk beoordelen en bespreken, van harte toe. Voor dit project blijkt nauwkeurig schematiseren en het uitvoeren van probabilistische berekeningen (stap 1 en 2) al tot een aanzienlijke reductie van de faalkans te leiden, met als resultaat het goedkeuren van twee van de drie beschouwde doorsneden. Een bepalende factor is overslag en infiltratie. Helaas zijn hiervan geen historische gegevens beschikbaar, waardoor het effect van Bewezen Sterkte (stap 3) is in deze gevallen beperkt is. Dit komt mede door de al hoge betrouwbaarheid en dus lage faalkans die al in stap 2 is bereikt. Het ENW is ondersteunt het voorstel praktijkproeven te doen gericht op infiltratie en verzadiging.

Advies Bijdrage van rivierverruiming aan de robuustheid van het riviersysteem
Aan Directoraat-Generaal Ruimte en Water, 2 maart 2017
In oktober 2016 heeft DGRW het ENW om advies gevraagd met betrekking tot de bijdrage van rivierverruiming aan de robuustheid van het riviersysteem, dit in het kader van de Lange Termijn Ambitie Rivieren. Het ENW kan zich deels vinden in de gehanteerde algemene definitie van robuustheid, echter de voorgestelde concretisering het gebruik van de term robuustheid heeft weinig tot geen meerwaarde boven het meenemen van de genoemde aspecten als aparte criteria in de MKBA. Als er toch behoefte bestaat aan het gebruik van de term robuustheid, is het advies van het ENW te zorgen voor een helderder en eenduidiger (smallere) uitwerking van het concept robuustheid en de vertaling van het theoretische begrip naar concrete toepassing.