Ga direct naar Tekstgedeelte

AAA

Adviezen 2016

Advies Hoogwaterreferentie rivieren
Aan Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving, 5 december 2016
Aangezien met de komst van de overstromingskans het ‘maatgevend hoogwater’ is komen te vervallen, heeft Rijkswaterstaat een alternatief nodig om haar taken als rivierbeheerder doelmatig te blijven uitvoeren. De nieuwe ‘hoogwaterreferentie’ brengt met een relatief eenvoudige methode de effecten van kleine ingrepen op de waterstanden in de as van de rivier in beeld. De aanname hierbij is dat twee gekozen afvoeren representatief zijn voor de gehele kansverdeling van de afvoeren. Het ENW kan zich goed vinden in het voorstel om te werken met twee juist gekozen referentieafvoeren met bijbehorende waterstandsberekeningen. Voor de Rijntakken en de Bedijkte Maas op basis van permanentie en in de Maasvallei met tijdsafhankelijke berekeningen. Voor het benedenrivierengebied adviseert het ENW om de vigerende methode voor de nieuwe hoogwaterreferentie, op basis van conditionele illustratiepunten, te hanteren.

Publicatie Heeft de Rijnafvoer bij Lobith een maximum?
De Rijnafvoer bij Lobith is een belangrijk gegeven voor berekeningen met betrekking tot veiligheid tegen overstroming in Nederland. Een vraag die daarbij telkens opkomt, is of die afvoer een bovengrens (soms ‘fysisch maximum’ of ‘hydraulisch maximum’ genoemd) kent, met als logische vervolgvragen waar die bovengrens dan ligt en waarom de afvoer niet groter kan worden. Om daarover zinvol te kunnen adviseren,heeft het ENW inzicht nodig in de wijze waarop extreme hoogwaters in het Rijnstroomgebied tot stand komen en wat er onderweg naar Lobith met het water gebeurt.
Vandaar dat het ENW zelf een korte studie heeft uitgevoerd, waarvan de publicatie 'Heeft de Rijnafvoer bij Lobith een maximum?' het resultaat is.

Advies Haalbaarheidsonderzoek systeemmaatregel Zwarte Water
Aan Waterschap Drents Overijsselse Delta, 27 oktober 2016
Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft het ENW verzocht om advies over de vraag of systeemmaatregelen in het Vecht-Zwarte Watersysteem een (gedeeltelijk) alternatief kunnen zijn voor de versterking van de stadsdijken in Zwolle. Het ENW constateert dat de uitgevoerde studie een goed beeld schetst van de te behalen waterstandsverlagingen als gevolg van de aanleg van een ‘verbindende kering', maar dat de studie te beperkt is om een uitspraak te doen over de daadwerkelijke haalbaarheid van de maatregel. Het ENW acht de maatregel wel kansrijk en adviseert de resterende dijkversterkingsopgave goed in beeld te brengen en het alternatief systeemmaatregel tot op hetzelfde niveau uit te werken als de andere alternatieven, om zodoende tot een weloverwogen keuze te komen, gebaseerd op maatschappelijke kosten en baten.

Advies Dijkvernageling met JLD-dijkstabilisator
Aan POV-Macrostabiliteit, 20 oktober 2016
De Projectoverstijgende Verkenning (POV) Macrostabiliteit heeft het ENW advies gevraagd over de toepassing van een nieuwe dijkvernagelingsmethode, de JLD-dijkstabilisator. Het ENW vindt het een goede zaak dat nu wordt gewerkt aan de volgende fase van deze innovatie: de stap van de conceptuele fase naar die van geaccepteerde techniek. De beschreven ontwerpwijze en veiligheidsfilosofie van de JLD-dijkstabilisator bieden wat het ENW betreft voldoende basis voor verdere uitwerking, maar er is nog geen sprake van een dijkversterkingstechniek die generiek kan worden toegepast. Zowel de ontwerpmethode als de veiligheidsbenadering roepen nog de nodige vragen op. Over de groepswerking van de ankers en het behoud van de voorspanning bijvoorbeeld, maar ook over locatiespecifieke aspecten. Het ENW adviseert de door Deltares beschreven kennisvragen en andere aanbevelingen op te pakken, alvorens de JLD-dijkstabilisator (op grotere schaal) in de praktijk toe te passen. In pilots kan ervaring op worden gedaan met ontwerpen en kan de methode worden vervolmaakt, zodat deze later op grotere schaal in waterkeringen kan worden toegepast. Het ENW vraagt verder aandacht voor het opstellen van een beoordelingsmethode.

Advies Bewezen Sterkte
Aan Directoraat-Generaal Ruimte en Water, 20 oktober 2016
Het Directoraat-Generaal Ruimte en Water (DGRW) heeft het ENW advies gevraagd over de juistheid en toepasbaarheid van de ontwikkelde methode voor ‘bewezen sterkte’, een manier om op basis van belastingen die een waterkering eerder heeft doorstaan meer sterkte toe te kunnen kennen aan de waterkering. De betrouwbaarheid is mét deze observaties groter dan zónder. Het ENW is van mening dat de methode goed in elkaar zit en dat het uitgevoerde onderzoek van hoog niveau is. Aandacht wordt gevraagd voor de nu nog vrij strenge toepassingsvoorwaarden en de beperking dat de methode nu nog niet voor ontwerp (dimensioneren) is geschikt. Ook vindt het ENW het belangrijk dat er uitgewerkte praktijkvoorbeelden beschikbaar komen, zodat de methode op meerdere locaties in Nederland toegepast kan worden.
Aanleiding voor de ontwikkeling van de methode ‘bewezen sterkte’ was het project Markermeerdijken. Het ENW had over de impact van de methode op de versterkingsopgave in de afgelopen periode meer duidelijkheid verwacht en ziet nog steeds kansen. Het advies is dan ook om voor meerdere secties analyses uit te voeren in de komende periode, zodat de impact op de versterkingsopgave helder wordt. Ten aanzien van de doorontwikkeling van de methode adviseert het ENW om naast macrostabiliteit ook andere faalmechanismen te beschouwen en nog te wachten met het opnemen van de methode in WBI en OI. Wel is toepassen binnen de niet-geïnstrumenteerde Toets op Maat mogelijk.

Advies Kostenreductie dijkversterking door rivierverruiming
Aan Directoraat-Generaal Ruimte en Water, 20 oktober 2016
Het Directoraat-Generaal Ruimte en Water (DGRW) heeft het ENW advies gevraagd over de aanpassing van de methodiek en de resultaten voor de berekening van de kostenreductie op dijkversterking door rivierverruiming, zowel voor de korte als de lange termijn. Hoofdvraag is of de methode betrouwbaar genoeg is om kostenreductie voor rivierverruiming mee te bepalen.
Het ENW heeft grote waardering voor de studie, de rapportage en de wijze waarop is omgegaan met het vorige advies. De gehanteerde methode is echter complex en rekenintensief in specifieke gevallen, waardoor het voor niet-ingewijden lastig is de methode te volgen. Het ENW adviseert dan ook een samenvatting te maken en voor specifieke situaties een eenvoudiger te hanteren gereedschap te ontwikkelen. Het detailniveau van de methode is adequaat voor de huidige globale verkenning, maar niet voor het bepalen van keuzes in specifieke projecten. Daarbij adviseert het ENW vooral te kijken naar de onderlinge verhouding van de rekenresultaten, in plaats van naar de absolute getallen. Over de wijze waarop de Maasvallei is meegenomen, adviseert het ENW om de aanwezige hoogte van keringen mee te nemen en dus uit te gaan van systeemwerking, wat effect heeft op de optredende schades. Het toepassen van de pipingregel van Sellmeijer in de Maasvallei acht het ENW discutabel. Kosten voor dijkversterking lijken over het algemeen hoog. De verwachting is dat nieuwe technieken in de komende decennia tot flinke kostenbesparingen zullen leiden.

Advies Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium (WBI) 2017
Aan Directoraat-Generaal Ruimte en Water, 25 juli 2016

Advies Glas als waterkerend element
Aan Waterschap Peel en Maasvallei, 18 juli 2016
Waterschap Peel en Maasvallei heeft advies gevraagd over de toepassing van glas als waterkerend element in dijkversterkingsprojecten langs de Maas. Glazen panelen zullen de demontabele keringen vervangen. Het ENW is zeer positief over het feit dat het waterschap deze innovatie voor waterkeringen onderzoekt en heeft waardering voor de technisch-inhoudelijke kwaliteit van het aangeboden rapport. Het ENW kan zich vinden in de gevolgde benadering voor het dimensioneren van glas als waterkerend element en ziet hierin een goede basis om toepassingen in de dijkversterkingsprojecten te ontwerpen. Om tot een volwaardige ontwerpmethode te komen zijn onder meer praktijkproeven nodig en moeten de faalkansen nader worden uitgewerkt. Ook wordt speciale aandacht gevraagd voor golfdrukken.

Advies Quick wins ontwerp stabiliteitsschermen
Aan POV-Macrostabiliteit, 14 juli 2016
De PoV-Macrostabiliteit heeft het ENW advies gevraagd over drie mogelijke quick wins in het ontwerp van stabiliteitsschermen specifiek voor de dijkversterkingsprojecten Capelle-Moordrecht en Verbetering IJsseldijk Gouda. Het ENW kan zich wat betreft het gebruik van materiaalfactoren vinden in de voorgestelde wijziging van de volgorde van berekening. Het ENW ondersteunt daarnaast het idee om dwarskrachten en buigende momenten in het stabiliteitsscherm niet meer te berekenen met behulp van de φ-c-reductie-methode in PLAXIS, maar met de voorgestelde ‘rekenwaarden’ voor de grondsterkte. Een derde quick win betreft verplaatsingseisen. De eis dat de kruin van een met schermen versterkte dijk maximaal 0,1 meter mag zakken bij maatgevende belasting, maar rekenend met aangepaste rekenwaarden voor de grondsterkte, is volgens het ENW verdedigbaar. De eis dat over een breedte van tenminste 1 meter de kruinzakking, berekend volgens de beschreven werkwijze, niet groter mag zijn dan 0,1 meter, wordt door het ENW als veilig genoeg beoordeeld.

Advies ontwerp veiligheidsduin Texel, Prins Hendrikzanddijk
Aan Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, 14 juli 2016
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft het ENW advies gevraagd over de toegepaste methodiek voor het afleiden van de hydraulische ontwerprandvoorwaarden en de keuze van het toe te passen rekenmodel voor duinafslag bij het ontwerp van de Prins Hendrikzanddijk op Texel. Het ENW acht de voorgestelde methode niet zonder meer toepasbaar om de precieze veiligheidsopgave te bepalen, vanwege de complexe hydraulische omstandigheden en omdat het gebruikte afslagmodel niet is geijkt voor deze locatie, in de luwte van het eiland waar zand van nature niet voorkomt. In het ontwerp is volgens het ENW overigens wel ruimschoots voldoende zand aanwezig om de veiligheid te borgen. Geadviseerd wordt een monitoringsprogramma te starten om uiteindelijk tot een betere inschatting van noodzakelijke onderhoudssuppleties te komen om blijvend aan de veiligheidsnorm te voldoen.

Advies Slimme combinaties
Aan Directoraat-Generaal Ruimte en Water, 8 april 2016
Begin 2016 heeft DGRW het ENW gevraagd advies uit te brengen over de wijze waarop en de mate waarin ‘slimme combinaties’ toepasbaar zijn in het Nederlandse overstromingsrisicobeheer en –beleid. In 2012 heeft het ENW in dit kader op eigen initiatief het rapport ‘MeerLaagsVeiligheid nuchter bekeken’ gepubliceerd. De belangrijkste conclusies daaruit blijven, ook met de resultaten van nieuwe studies naar meerlaagsveiligheid en slimme combinaties, overeind. Wel worden enkele aanbevelingen geactualiseerd. Het ENW adviseert verder te focussen op een beperkt aantal kansrijke trajecten en niet (opnieuw) te onderzoeken of er toch slimme combinaties gevonden kunnen worden in andere trajecten. Het gaat met name om trajecten waar de LIR-eis bepalend is en waar extra evacuatie-mogelijkheden bestaan.

Advies stabiliteit van met beton ingegoten Noorse steen
Aan Waterschap Noorderzijlvest, 4 april 2016
Waterschap Noorderzijlvest heeft het ENW verzocht te adviseren over de resultaten van het onderzoek naar de stabiliteit van met beton ingegoten Noorse steen. Deltares heeft hiervoor proeven in de Deltagoot uitgevoerd. Het ENW deelt de conclusie van Deltares dat de bekleding voldoende stabiel is voor het onderzochte traject Eemshaven-Delfzijl, mits wordt aangetoond dat dit in goede staat van onderhoud verkeert. Om de methode ook buiten het traject Eemshaven-Delfzijl toepasbaar te maken, is vervolgonderzoek met hogere belastingen tot aan bezwijken nodig, met speciale aandacht voor het omgaan met onzekerheden en het afdekken van risico’s.

Brief Chartered engineers
Aan de Directeur-Generaal van Rijkswaterstaat, 23 februari 2016

Advies Afronding onderzoek corrosietoeslag
Aan Hoogwaterbeschermingsprogramma-2, 29 januari 2016
Conform het ENW-advies uit 2014 (ENW-14-12) heeft het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)-2 een nieuwe methode voor het vaststellen van de corrosietoeslag bij stalen damwanden in gebruik genomen en is in 2015 aanvullend onderzoek uitgevoerd en gerapporteerd. Het ENW vindt het een goede zaak dat het HWBP-2 het onderzoek naar vermindering van de corrosietoeslag heeft uitgevoerd en de praktijktoepassing van de nieuwe methode heeft onderzocht. De onderbouwing van deze methode, die flinke kostenbesparingen met zich meebrengt, is daarmee aanzienlijk vergroot. Ook is daarbij een duidelijke relatie met de Eurocode gelegd. Het ENW adviseert dan ook om de methode voor alle HWBP-2 projecten van toepassing te verklaren. Aan DGRW is tevens geadviseerd de methode algemeen toepasbaar te verklaren door de corrosietoeslag zoals deze nu is opgenomen in de Handreiking Constructief Ontwerpen te wijzigen.